ECLI:NL:RBZUT:2006:AV9081
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitbreiding omgangsregeling en inschrijving kind in gemeente in afwachting van onderzoek belangen
Een driejarig kind verbleef na het overlijden van de moeder voornamelijk bij de oma van moederszijde, die de verzorging op zich nam. De biologische vader, die het kind niet had erkend, kreeg toestemming van de rechtbank tot erkenning, waarna de voogdij-instelling een uitbreiding van de omgangsregeling met de vader wilde doorvoeren.
De oma vorderde in kort geding de schorsing van deze uitbreiding en de inschrijving van het kind in haar gemeente, omdat er nog geen diepgaand onderzoek was gedaan naar de belangen van het kind bij een mogelijke wijziging van de hoofdverblijfplaats. De voogdij-instelling had dit onderzoek niet laten uitvoeren en had de belangen van het kind slechts oppervlakkig beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de voogdij-instelling de uitbreiding van de omgangsregeling moest opschorten totdat een gedegen onderzoek was afgerond. Tevens werd bevolen het kind in de gemeente van de oma in te schrijven zolang het merendeel van de tijd daar verbleef. De vordering tot doorbetaling van de ANW-uitkering aan de oma werd afgewezen, maar de voogdij-instelling werd wel veroordeeld tot het betalen van een dwangsom bij niet-naleving van de bevelen.
Uitkomst: De rechtbank beval de voogdij-instelling de uitbreiding van de omgangsregeling op te schorten en het kind in te schrijven in de gemeente van de oma, met een dwangsom bij niet-naleving.