ECLI:NL:RBZUT:2006:AW9689

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
4 mei 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
902.255/03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • De Bie
  • Knoop
  • Doll
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot verlenging pij-maatregel opgelegd door Nederlandse Antillen

De rechtbank Zutphen kreeg een vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (pij-maatregel) opgelegd door het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen. Deze maatregel wordt in Nederland ten uitvoer gelegd. De rechtbank heeft de stukken, waaronder een gedragskundig advies, bestudeerd en de zitting achter gesloten deuren gehouden.

De rechtbank oordeelt dat zij geen bevoegdheid heeft om kennis te nemen van de vordering tot verlenging van de maatregel. Artikel 40 van Pro het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden biedt geen grondslag voor verlenging, aangezien dit artikel alleen de tenuitvoerlegging van vonnissen regelt, niet de verlenging van opgelegde maatregelen. Tevens is twijfel gerezen over de bevoegdheid van het gerecht in de Nederlandse Antillen zelf om een verlenging te vorderen, omdat het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen geen verlenging van deze maatregel voorziet.

De rechtbank constateert dat er geen beletselen zijn tegen de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel, maar dat de verlenging niet binnen haar rechtsmacht valt. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen en wijst deze af. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier en is openbaar uitgesproken op 4 mei 2006.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot behandeling van de vordering tot verlenging van de pij-maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Strafraadkamer
Parketnummer : 902.255/03
Bvs-nummer : 06/132
De rechtbank heeft te beslissen op een door de officier van justitie in dit arrondissement op 5 april 2006 ter griffie ingediende vordering, strekkende tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
verblijvende in het jongerenhuis Harreveld te Harreveld,
nader te noemen betrokkene, met een termijn van twee jaren.
De maatregel van terbeschikkingstelling van de Regering is opgelegd bij vonnis van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao van 6 mei 2004. Deze maatregel wordt ten uitvoer gelegd in Nederland en de termijn van de maatregel is gaan lopen op 21 mei 2004.
De vordering is achter gesloten deuren behandeld door de raadkamer op 20 april 2006, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder een verlengingsadvies d.d. 8 maart 2006 van drs. L. Hüning, gedragsdeskundige.
Motivering
Er bestaat geen regelgeving waaraan de rechtbank haar bevoegdheid zou kunnen ontlenen om van de vordering kennis te nemen. Deze bevoegdheid kan derhalve evenmin worden ontleend aan artikel 40 van Pro het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, nu in deze bepaling enkel gesproken wordt over de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging in het gehele Koninkrijk van een vonnis gewezen door – in het onderhavige geval – de rechter in de Nederlandse Antillen. Een vordering tot verlenging van de duur van de opgelegde maatregel zoals die nu voorligt, valt, naar het oordeel van de rechtbank, niet onder de reikwijdte van voornoemde bepaling.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat
a) het nog maar de vraag is of het gerecht in de Nederlandse Antillen wel bevoegd is dan wel of het openbaar ministerie aldaar in zodanige vordering zou kunnen worden ontvangen, nu het thans geldende Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen niet voorziet in verlenging van de onderhavige maatregel, en
b) de rechtbank niet is gebleken van beletselen tegen voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Beslissing
Verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Bie, voorzitter tevens plv. kinderrechter, en mrs. Knoop en Doll, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2006 en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
RECHTBANK ZUTPHEN
Strafraadkamer