ECLI:NL:RBZUT:2006:AW9701

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
4 mei 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
902.683/03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • De Bie
  • Knoop
  • Doll
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot verlenging van pij-maatregel opgelegd in Nederlandse Antillen

De rechtbank Zutphen kreeg een vordering tot verlenging van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (pij-maatregel) voorgelegd, opgelegd door het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen. De maatregel wordt in Nederland ten uitvoer gelegd sinds 7 mei 2004. De officier van justitie vroeg op 31 maart 2006 om verlenging van deze maatregel met twee jaar.

De rechtbank behandelde de zaak achter gesloten deuren op 20 april 2006 en bestudeerde onder meer een verlengingsadvies van een gedragsdeskundige. De rechtbank concludeerde echter dat zij geen wettelijke bevoegdheid heeft om over deze vordering te oordelen. Artikel 40 van Pro het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden biedt alleen een grondslag voor de tenuitvoerlegging van vonnissen, niet voor verlengingen van maatregelen opgelegd door buitenlandse gerechten binnen het Koninkrijk.

De rechtbank merkte ook op dat het twijfelachtig is of het gerecht in de Nederlandse Antillen zelf bevoegd is om een verlengingsvordering in te dienen, aangezien het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen geen voorziening voor verlenging van deze maatregel kent. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot verlenging van de pij-maatregel.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot verlenging van de pij-maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Strafraadkamer
Parketnummer : 902.683/03
Bvs-nummer : 06/129
De rechtbank heeft te beslissen op een door de officier van justitie in dit arrondissement op
31 maart 2006 ter griffie ingediende vordering, strekkende tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
verblijvende in het jongerenhuis Harreveld te Harreveld,
nader te noemen betrokkene, met een termijn van twee jaren.
De maatregel van terbeschikkingstelling van de Regering is opgelegd bij vonnis van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao van 22 april 2004. Deze maatregel wordt ten uitvoer gelegd in Nederland en de termijn van de maatregel is gaan lopen op 7 mei 2004.
De vordering is achter gesloten deuren behandeld door de raadkamer op 20 april 2006, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder een verlengingsadvies d.d. 23 maart 2006 van drs. L. Hüning, gedragsdeskundige.
Motivering
Er bestaat geen regelgeving waaraan de rechtbank haar bevoegdheid zou kunnen ontlenen om van de vordering kennis te nemen. Deze bevoegdheid kan derhalve evenmin worden ontleend aan artikel 40 van Pro het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, nu in deze bepaling enkel gesproken wordt over de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging in het gehele Koninkrijk van een vonnis gewezen door – in het onderhavige geval – de rechter in de Nederlandse Antillen. Een vordering tot verlenging van de duur van de opgelegde maatregel zoals die nu voorligt, valt, naar het oordeel van de rechtbank, niet onder de reikwijdte van voornoemde bepaling.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat
a) het nog maar de vraag is of het gerecht in de Nederlandse Antillen wel bevoegd is dan wel of het openbaar ministerie aldaar in zodanige vordering zou kunnen worden ontvangen, nu het thans geldende Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen niet voorziet in verlenging van de onderhavige maatregel, en
b) de rechtbank niet is gebleken van beletselen tegen voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Beslissing
Verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Bie, voorzitter tevens plv. kinderrechter, en mrs. Knoop en Doll, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2006 en ondertekend door de voorzitter en de griffier.