ECLI:NL:RBZUT:2006:AX2436
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente slaagt in bewijs hoofdverblijf recreatiewoning en vermindert dwangsombedrag
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en de gemeente over de vraag of eiseres haar hoofdverblijf had in een recreatiewoning gedurende de periode van 1 januari 2003 tot en met 28 mei 2003. De gemeente stelde dat eiseres in die periode in de recreatiewoning verbleef en daarom dwangsommen kon opleggen wegens niet-naleving van een last.
Tijdens de procedure zijn twee getuigen gehoord die verklaarden dat eiseres in de relevante periode niet op het adres in een andere gemeente verbleef, maar slechts incidenteel kwam voor post of bezoek. Eiseres zelf heeft geen informatie verstrekt over waar zij de meeste nachten doorbracht. De controlerapporten van de gemeente ondersteunden het bewijs dat het hoofdverblijf in de recreatiewoning was.
De rechtbank concludeerde dat het enkele feit dat eiseres in een andere gemeente werkte niet betekent dat zij daar ook woonde. De gemeente slaagde in haar bewijs dat eiseres haar hoofdverblijf in de recreatiewoning had en dat zij de last uit het dwangbevel niet had nageleefd, waardoor zij wekelijks een dwangsom van EUR 230,00 verbeurde.
De rechtbank stelde het dwangbevel echter bij, omdat de gemeente niet bevoegd was om dwangsommen te innen over een langere periode vanwege verjaring. Het te vorderen bedrag werd verminderd tot EUR 2.760,00 aan dwangsommen en EUR 525,59 aan invorderingskosten. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiseres haar hoofdverblijf had in de recreatiewoning en vermindert het te vorderen dwangsombedrag tot EUR 2.760,00.