ECLI:NL:RBZUT:2006:AX3748
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
WOZ-waardering woning: verkoop door beleggingsmaatschappij wel vergelijkbaar met verkoop aan zittende huurder
Eiser betwistte de door de gemeente Berkelland vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat deze te hoog was vastgesteld ten opzichte van de werkelijke verkoopprijs en taxaties. Verweerder had de waarde vastgesteld op €150.000 met peildatum 1 januari 2003, terwijl eiser een lagere waarde van circa €121.000 tot €129.000 aanvoerde, mede gebaseerd op een hypothecaire taxatie en marktgegevens.
De rechtbank overwoog dat het aan verweerder is om aannemelijk te maken dat de WOZ-waarde niet hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. Verweerder stelde dat de verkoop door een beleggingsmaatschappij niet als marktwaarde kon gelden omdat deze partijen meerdere woningen tegelijk verkopen en daardoor mogelijk onder marktwaarde verkopen. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat een beleggingsmaatschappij doorgaans winstgericht handelt en woningen zorgvuldig op de markt brengt.
De rechtbank achtte de verkoopprijs van de woning, gekocht ongeveer acht maanden voor de peildatum, als bruikbaar voor de WOZ-waardering. Ook de vergelijkingsobjecten in het taxatierapport werden als representatief beschouwd. Uiteindelijk stelde de rechtbank de WOZ-waarde vast op €130.000, conform het schikkingsvoorstel van verweerder, en verklaarde het beroep gegrond. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank stelde de WOZ-waarde van de woning vast op €130.000 en verklaarde het beroep gegrond.