ECLI:NL:RBZUT:2006:AY3948
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.K. van den Dungen-Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling vestiging landgoed op grond van ontoereikende motivering
Eiser verzocht om vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het vestigen van een nieuw landgoed te [plaats]. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst, wees dit verzoek af, mede op basis van nieuwe beleidsregels die na het oorspronkelijke besluit waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet met enkele verwijzing naar deze pas bij de beslissing op bezwaar vastgestelde stringente beleidsregels mocht worden afgewezen. De beleidsregels beperkten de mogelijkheden voor het landgoed aanzienlijk en konden niet zonder meer worden toegepast in de heroverweging ex nunc.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was om te beslissen maar dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen tien weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.