ECLI:NL:RBZUT:2006:AY5820
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Vergunst
- Van Baaren
- Rechtspraak.nl
Jeugddetentie en voorwaardelijke PIJ-maatregel voor openlijke geweldpleging en bedreiging met mes
Op 8 april 2006 vond in Harderwijk een incident plaats waarbij verdachte samen met anderen openlijk geweld pleegde tegen twee slachtoffers, waarbij een mes werd gebruikt om bedreigingen uit te spreken. Daarnaast werden vernielingen aan meerdere voertuigen gemeld, maar de rechtbank achtte het bewijs daarvoor onvoldoende en sprak verdachte daarvan vrij.
De rechtbank oordeelde dat verdachte schuldig was aan openlijke geweldpleging in vereniging en bedreiging met een mes, waarbij hij meerdere keren sloeg, schopte en stak in de richting van de slachtoffers. De verklaringen van de slachtoffers en getuigen werden als betrouwbaar beoordeeld ondanks het intrekken van aangiftes in een later stadium. Technisch sporenonderzoek leverde onvoldoende bewijs op voor betrokkenheid bij de vernielingen.
Bij de straftoemeting werd rekening gehouden met de eerdere veroordeling van verdachte, de ernst van het geweld, het gebruik van een mes en de jeugdige leeftijd van verdachte. Er werd een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 49 dagen opgelegd met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) met een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht, inclusief ambulante behandeling indien nodig.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens vrijspraak van de vernielingen. Het vonnis werd gewezen door de rechtbank Zutphen op 8 augustus 2006, na onderzoek op de terechtzitting van 25 juli 2006.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 49 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel wegens openlijke geweldpleging en bedreiging met een mes, vrijgesproken van vernielingen.