ECLI:NL:RBZUT:2006:AY6143
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Van Hoorn
- Schmitz
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair ten laste gelegde en veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Zutphen sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde omdat niet kon worden vastgesteld dat het slachtoffer aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd, mede gelet op het incidentele karakter en de duur van de oppassituatie.
Wel werd verdachte veroordeeld voor het subsidiaire ten laste gelegde, namelijk het buiten echt plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de zestien jaar. Dit betrof handelingen zoals strelen en betasten van de ontblote borst van het slachtoffer. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer en de bekentenis van verdachte.
De rechtbank legde aan verdachte een werkstraf van 200 uur op, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden opgelegd door de reclassering. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een voorschot van €500 aan immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer, met een bijkomende schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de Staat.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden voor subsidiaire ontuchtige handelingen met een minderjarige.