ECLI:NL:RBZUT:2006:AY7395
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.K. van den Dungen-Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom voor tuinhuisje zonder bouwvergunning op recreatieterrein
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd om een zonder vergunning geplaatst tuinhuisje te verwijderen. De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd is tot handhavend optreden omdat de bouwvergunning onherroepelijk is geweigerd en er geen zicht is op legalisering.
Eiser voerde onder meer een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, stellende dat het college niet alleen tegen hem maar ook tegen andere clandestiene bouwwerken op het recreatieterrein zou moeten optreden. De voorzieningenrechter acht dit beroep ongegrond omdat eiser geen vergelijkbare gevallen kon aanwijzen en het college aannemelijk heeft gemaakt dat een ander handhavingstraject wordt gevolgd voor andere gevallen.
De rechtbank concludeert dat het college in redelijkheid heeft besloten de begunstigingstermijn niet te verlengen en dat het handhavend optreden niet onevenredig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.