ECLI:NL:RBZUT:2006:AY7878
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente bewijst permanent verblijf in recreatiewoning met meterstanden en getuigenverklaringen
De zaak betreft een geschil tussen eiser en de gemeente Lochem over het permanente verblijf in een recreatiewoning. De gemeente stelde dat eiser de woning permanent bewoonde vanaf 26 september 2002 tot circa oktober 2003. Eiser betwistte dit en voerde onder meer verjaring aan en stelde dat hij en zijn echtgenote vanaf die datum hun hoofdverblijf elders hadden.
De rechtbank verwierp het verweer van verjaring en oordeelde dat de gemeente voldoende bewijs had geleverd. Dit bewijs bestond uit meterstanden van gas, water en elektriciteit over de jaren 2002 tot en met 2004, die wezen op permanent gebruik, en getuigenverklaringen die het verblijf van eiser op het park bevestigden. Het energieverbruik in 2003 week niet substantieel af van dat in 2002, wat niet strookt met de stelling van eiser dat hij toen al was vertrokken.
Getuigenverklaringen van eiser en zijn getuigen konden het bewijs niet ontzenuwen, omdat zij geen concrete tijdstippen of tegenbewijs leverden. De rechtbank concludeerde dat eiser het permanente verblijf tot circa oktober 2003 heeft voortgezet en veroordeelde hem tot betaling van dwangsommen, waarvan één dwangsom uit 2003 was verjaard. De invordering van dwangsommen werd niet onrechtmatig geacht. De gemeente werd opgedragen de invorderingskosten nader te specificeren.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de gemeente heeft bewezen dat eiser de recreatiewoning permanent bewoonde tot circa oktober 2003 en veroordeelt hem tot betaling van dwangsommen, behalve een verjaarde dwangsom.