ECLI:NL:RBZUT:2006:AY7924

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
8 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/1772
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • K. van Duyvendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake terrasindeling Markt Harderwijk

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk genomen besluiten waarbij vergunningen voor terrassen bij horecabedrijven op de Markt zijn verleend. De indeling van de terrassen wijkt af van een eerder met horeca-ondernemers bereikt compromis. Namens de derde-partij is een vergroting van het terras op het middendeel van de Markt gerealiseerd ten koste van het terras van verzoeker.

Verzoeker vordert een voorlopige voorziening om de grens van zijn terras te verschuiven, omdat hij meent dat de huidige indeling leidt tot een verminderde bezonning in voor- en najaar en daardoor tot een ongunstige situatie. Het college heeft echter de bruikbaarheid van het terras van de derde-partij zwaarder gewogen dan de bezonning van het terras van verzoeker.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het college in redelijkheid tot haar besluiten heeft kunnen komen en dat er geen sprake is van zodanige zorgvuldigheidsgebreken dat de besluiten niet gehandhaafd kunnen worden. Tevens is er geen sprake van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt dan ook afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het college de belangen in redelijkheid heeft afgewogen.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Reg.nr.: 06/1772
UITSPRAAK
op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk, verweerder,
alsmede [naam] Horeca Exploitatiemaatschappij B.V., h.o.d.n. [naam horecabedrijf], te [plaats], derde-partij.
1. Bestreden besluiten
Besluiten van 27 juli 2006, waarbij verweerder aan verzoeker respectievelijk de derde-partij vergunning heeft verleend voor het hebben van een terras bij hun horecabedrijven, gevestigd op de percelen Markt [nummer] respectievelijk Markt [nummer] te Harderwijk, zoals aangegeven op de bij de besluiten gevoegde tekening.
2. Procesverloop
Bij brieven van 1 augustus 2006 is namens verzoeker door mr. M. Kuiper, advocaat te Harderwijk, bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 1 september 2006. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Kuiper voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door R.C. Mazier. Namens de derde-partij zijn verschenen haar directeur, [naam directeur], en mr. F.W. Aartsen, advocaat te Harderwijk.
3. Motivering
3.1. Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dient te worden nagegaan, of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist.
Voor zover dit meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft deze uitspraak daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend voor de beslissing in die procedure.
3.2. Ter zitting is de strekking van het verzoek om een voorlopige voorziening beperkt tot het voor de duur van de bezwaarprocedure verschuiven van de (noord-)noord-oostelijke begrenzing van het niet-aanpandige gedeelte van verzoekers terras met 1,5 m in de betreffende richting, ten koste van het terras van de derde-partij.
3.3. Vast staat dat de – op de tekening bij de bestreden besluiten aangegeven – indeling van de terrassen op het middendeel van de Markt afwijkt van het met de betrokken horeca-ondernemers bereikte compromis, neergelegd in een op 28 april 2005 ter inzage gelegd voorgenomen besluit. Verweerder heeft gedoogd dat de terrassen vanaf het seizoen 2005 werden uitgezet volgens de in dat voorgenomen besluit opgenomen indeling.
3.4. Op 18 mei 2005 heeft de [naam directeur] mondeling als zijn zienswijze aan verweerder kenbaar gemaakt dat hij zich bij nader inzien niet kon vinden in de voorgenomen verdeling van terrassen op het middendeel van de Markt, aangezien de verdeling in de praktijk heel anders uitpakte dan op papier en het oppervlak van het terras van [naam horecabedrijf] op het middendeel in de praktijk onbruikbaar was gebleken. Deze zienswijze is nadien schriftelijk nader toegelicht.
3.5. Bij de thans bestreden besluiten heeft verweerder de zienswijze van de [naam directeur] gehonoreerd in die zin dat zijn terrasruimte op het middendeel is verbreed van circa 2,5 m tot circa 4 m, ten koste van het daaraan grenzende gedeelte van de terrasruimte van verzoeker. Daarbij is de omvang van het terras van verzoeker vergroot door een verdere verschuiving van de buitengrens in de richting van het midden van de Markt.
Verweerder heeft blijkens de gedingstukken en het verhandelde ter zitting met name laten wegen dat er bij een breedte van 2,5 m van het terras van de derde-partij geen sprake is van een bruikbaar terras op het middendeel, althans bruikbare doorgang naar het aanpandige terras van de derde-partij.
3.6. Verzoeker heeft er met name bezwaar tegen dat zijn terras opnieuw in (zuid-)zuid-westelijke richting moet opschuiven, hetgeen nog verdergaand ten koste zal gaan van de bezonning van zijn terras in voor- en najaar dan al het geval was op basis van het bereikte compromis.
3.7. Naar voorlopig oordeel kan niet worden gezegd dat verweerder de bruikbaarheid van het terras van de derde-partij op het middendeel, althans doorgang naar het aanpandige terras, in redelijkheid niet zwaarder heeft kunnen laten wegen dan de gestelde verminderde bezonning van het terras van verzoeker in voor- en najaar. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd met betrekking tot de voorgeschiedenis van de uiteindelijke terrasindeling, leidt niet tot een ander oordeel.
3.8. Voorts is er – anders dan door verzoeker is betoogd – geen grond voor het oordeel dat aan de bestreden besluiten zodanige zorgvuldigheidsgebreken kleven dat deze besluiten bij heroverweging niet zouden kunnen worden gehandhaafd. Voor zover verzoeker ten onrechte niet gehoord zou zijn, kan dit gebrek in het kader van de bezwaarprocedure worden hersteld.
3.9. Gezien het voorgaande kunnen de bestreden besluiten naar alle waarschijnlijkheid na heroverweging in bezwaar stand houden. Derhalve kan niet worden gezegd dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskosten-veroordeling.
4. Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.