ECLI:NL:RBZUT:2006:AY8121
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hemrica
- Elders
- Tas
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf en verplichte klinische behandeling na bedreigingen en vernielingen
De rechtbank Zutphen heeft op 13 september 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die zijn moeder, zus en hun gezinnen bedreigde en vernielingen pleegde aan ruiten van een woningcorporatie en de reclassering.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte op 9 april 2006 meerdere bedreigingen uitte met ernstige woorden die de algemene veiligheid in gevaar brachten. Daarnaast vernielde hij op 11 en 13 april 2006 diverse ruiten die toebehoorden aan derden. Een multidisciplinair rapport concludeerde dat verdachte leed aan een genderidentiteitsstoornis, middelenafhankelijkheid en een borderline persoonlijkheidsstoornis, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar is.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de bedreigingen, de impact op slachtoffers en hun gezinnen, en het eerdere strafblad van verdachte voor soortgelijke feiten. Daarom werd een gevangenisstraf van 300 dagen opgelegd, waarvan 140 dagen voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde een verplichte klinische behandeling in een forensische psychiatrische afdeling om de negatieve spiraal te doorbreken.
Tevens werd de tenuitvoerlegging bevolen van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vier maanden. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht. De behandeling kan maximaal twee jaar duren, afhankelijk van de beoordeling van de FPA-leiding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 300 dagen gevangenisstraf, waarvan 140 dagen voorwaardelijk, met verplichte klinische behandeling wegens verminderd toerekeningsvatbaarheid.