ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ0096
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Van der Hooft
- Donker
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor bedrijfsmatige oplichting met hoge rentepercentages
De rechtbank Zutphen heeft op 10 oktober 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die ervan werd verdacht gedurende de periode van 1 januari 2002 tot en met 30 januari 2004 bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden van het publiek te hebben aangetrokken tegen onwaarschijnlijk hoge rentepercentages. Verdachte zou zich daarbij valselijk en bedrieglijk hebben voorgedaan als kredietwaardige opdrachtgever en met valse advertenties het publiek hebben bewogen tot het verstrekken van gelden.
De rechtbank heeft het preliminaire verweer van niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de redelijke termijn verworpen. Wettig en overtuigend is bewezen verklaard dat verdachte op meerdere momenten opzettelijk en bedrijfsmatig gelden heeft aangetrokken en zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid en het gebruik van listige kunstgrepen. Het totale bedrag van de aangetrokken gelden bedroeg ruim €400.000.
Verdachte heeft betwist dat sprake was van bedrijfsmatig handelen en opzet, maar deze verweren zijn door de rechtbank verworpen op basis van de aard, omvang en duur van de gedragingen en de inhoud van de bewijsmiddelen. De rechtbank achtte verdachte strafbaar en legde een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk op, met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 200 uur. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 200 uur wegens bedrijfsmatige oplichting.