ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ3101
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van Duits recht
Eiser heeft in 1992 bij de Duitse verzekeraar Alte Leipziger een levens- en arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten, waarbij partijen rechtskeuze voor Duits recht hebben gemaakt. Eiser werd in 2004 arbeidsongeschikt verklaard, maar Alte Leipziger stopte de uitkering per 1 januari 2005. Eiser vordert in kort geding een voorschot of uitkering over 2005.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de EEX-Verordening, maar dat Duits recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is vanwege de duidelijke rechtskeuze. Eiser kan zich niet beroepen op dwaling omdat hij onvoldoende onderzoek deed naar de overeenkomst.
De vordering van eiser is onvoldoende aannemelijk gemaakt, mede omdat Alte Leipziger gemotiveerd betwist dat op grond van Duits recht een uitkering verschuldigd is. Het spoedeisend belang is onvoldoende onderbouwd, zodat de voorzieningenrechter de vordering afwijst en eiser veroordeelt in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt afgewezen omdat Duits recht van toepassing is en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt recht te hebben op uitkering.