ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ3164
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Vaandrager
- Van Breda
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij geweldpleging en doodslag
De rechtbank Zutphen behandelde op 28 november 2006 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het medeplegen van geweld en het opzettelijk beroven van twee slachtoffers van het leven op 14 maart 2006 te Silvolde.
De tenlastelegging betrof het toebrengen van meermalen geweld met harde voorwerpen en steekwapens aan slachtoffers A en B, waarbij slachtoffer A is overleden aan hartfalen. Verdachte werd verweten dit geweld mede te hebben gepleegd, al dan niet samen met anderen.
Uit het onderzoek bleek dat het geweld tegen slachtoffer A zich vooral buiten diens woning had voorgedaan en dat verdachte zich als eerste had teruggetrokken van het strijdtoneel. De bewijsvoering tegen verdachte was voornamelijk gebaseerd op verklaringen van een medeverdachte en DNA-sporen op een gevonden wapen, maar deze waren onvoldoende overtuigend. Ook ten aanzien van slachtoffer B kon niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank concludeerde dat verdachte niet wettig en overtuigend schuldig kon worden bevonden aan de ten laste gelegde feiten en sprak hem vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten.