ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ3769
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Van der Hooft
- Lucassen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zedenzaak rond vermeend seksueel misbruik
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van seksueel misbruik van een slachtoffer dat zich in een staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn bevond. De tenlastelegging betrof het seksueel binnendringen met vingers, gepleegd rond 1 oktober 2005 in Apeldoorn.
Tijdens de procedure bleek dat verdachte aanzienlijke hoeveelheden alcohol had genuttigd en geheugenlacunes vertoonde over de betreffende periode. Zijn belastende verklaringen waren gebaseerd op herkenning van een geur en werden door de rechtbank als onzeker en niet overtuigend beoordeeld. Het slachtoffer verklaarde niets te hebben gemerkt tijdens een kortdurende diepe slaap en gaf geen aanwijzingen van lichamelijke bijzonderheden.
Een getuige ontkende betrokkenheid en verklaarde niet aanwezig te zijn geweest tijdens de vermeende feiten. De rechtbank concludeerde dat het bewijsmateriaal slechts uit één onzekere bron kwam en onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van €1.050,00 van het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een voldoende wettelijke basis.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 5 december 2006 na terechtzittingen op 29 augustus en 21 november 2006.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs; schadevordering niet-ontvankelijk.