ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ4210
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Hemrica
- Van Breda
- Rechtspraak.nl
Werkstraf voor opzettelijk verzwijgen inkomsten en valsheid in geschrift bij WAO-uitkering
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens aan het UWV, waardoor zij ten onrechte een te hoge WAO-uitkering ontving. Verdachte verzweeg haar samenwoning vanaf 1 juli 2004 en haar werkzaamheden als schoonmaakster en bestuurder van een schoonmaakbedrijf gedurende de periode van 2000 tot 2004.
Hoewel verdachte ontkende samen te wonen vóór 1 juli 2004, was er onvoldoende bewijs om die periode te bewijzen, waardoor zij op dat punt werd vrijgesproken. Voor de periode daarna werd het opzettelijk verzwijgen bewezen verklaard. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte valselijk begeleidingsformulieren en brieven had ingevuld en ondertekend om haar situatie te verbergen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte door haar handelen de Nederlandse samenleving financieel heeft benadeeld en het maatschappelijk vertrouwen in uitkeringsgerechtigden heeft geschaad. Gezien de ernst, de duur van het handelen en het ontbreken van eerdere justitiële contacten, legde de rechtbank een werkstraf van 140 uur op, met een vervangende hechtenis van 70 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 140 uur wegens opzettelijk verzwijgen van samenwoning en werkzaamheden bij het UWV en valsheid in geschrift.