ECLI:NL:RBZUT:2006:BA5779
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap na schadevergoeding ongeval en schuldenafwikkeling
De man en vrouw zijn in 1989 getrouwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2003 gescheiden. Na het ongeval van de man in 1999 ontving hij een schadevergoeding van €52.500, waarvan een deel immateriële schade betreft. Partijen verschillen van mening over de verdeling van deze vergoeding en de gemeenschapsschulden.
De vrouw vordert betaling van €14.648,44 plus rente, gebaseerd op haar aandeel in de materiële schadevergoeding die volgens haar in de gemeenschap valt. De man betwist dit en stelt dat slechts een deel van de vergoeding in de gemeenschap valt, en eist daarnaast betaling van de vrouw voor haar aandeel in door hem afgeloste schulden.
De rechtbank oordeelt dat de peildatum voor de gemeenschap de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking is, 25 augustus 2003. De materiële schadevergoeding wordt gedeeltelijk toegerekend aan de gemeenschap, waarbij rekening wordt gehouden met de periode van verlies aan arbeidsvermogen en reeds betaalde voorschotten. Schulden die tijdens het huwelijk zijn afgelost door de man worden deels aan de vrouw toegerekend.
De rechtbank veroordeelt de man om aan de vrouw €3.837,50 plus wettelijke rente te betalen en de vrouw om aan de man €4.577,80 te betalen. De beslagkosten worden aan de man opgelegd. De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen toe met wederzijdse betalingen en compenseert de proceskosten, waarbij de man beslagkosten draagt.