ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ7310
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Borgerhoff Mulder
- Elders
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne
De rechtbank Zutphen heeft op 31 januari 2007 uitspraak gedaan in een zaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde werd eerder veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet, specifiek de handel in cocaïne over een periode van elf maanden van november 2005 tot oktober 2006.
Op basis van verklaringen van een getuige en de veroordeelde zelf, stelde de rechtbank vast dat de verdachte dagelijks ongeveer €100 omzet draaide met de verkoop van circa 2 gram cocaïne, waarbij per gram een winst van €20 werd gemaakt. Daarnaast werden kosten voor verblijf in een woning van een medeverdachte meegenomen. De rechtbank berekende het wederrechtelijk verkregen voordeel op €12.150.
Hoewel veroordeelde stelde onvoldoende draagkracht te hebben, concludeerde de rechtbank op basis van een tapgesprek dat hij mogelijk tot €20.000 aan verdiensten had. Gezien zijn leeftijd en omstandigheden achtte de rechtbank het aannemelijk dat hij aan een betalingsverplichting kan voldoen.
De rechtbank legde daarom de verplichting op aan veroordeelde om het bedrag van €12.150 aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, conform artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €12.150 aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.