ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ9599
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Krijger
- Van der Hooft
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing met ernstige bedreigingen door beveiligingsbedrijfseigenaar
De rechtbank Zutphen heeft op 28 februari 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen de voormalige eigenaar van een beveiligingsbedrijf die werd verdacht van poging tot afpersing. Verdachte had ernstige bedreigingen geuit richting het slachtoffer en diens gezinsleden om betaling van een substantieel, niet overeengekomen bedrag af te dwingen. De bedreigingen waren zeer ernstig en gericht op het gezin van het slachtoffer, waaronder dreigementen met brandstichting.
De rechtbank verklaarde de dagvaarding ten aanzien van het tenlastegelegde mishandelingsfeit nietig vanwege onvoldoende specificatie. Het bewezenverklaarde betrof de poging tot afpersing met bedreigingen. Diverse getuigenverklaringen bevestigden de ernst van de bedreigingen en de angst die het slachtoffer en zijn gezin ervoeren.
Hoewel de officier van justitie medeplegen wilde bewijzen, achtte de rechtbank dat niet bewezen. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met het blanco strafblad van verdachte, het feit dat het een oud feit betrof, en de ingrijpende financiële gevolgen voor verdachte, waaronder het verlies van zijn vergunning en bedrijf.
De rechtbank legde een werkstraf van 160 uur op, met een vervangende hechtenis van 80 dagen bij niet-naleving. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het strafgeding daarvoor niet geschikt was en het mishandelingsfeit nietig was verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 160 uur wegens poging tot afpersing met ernstige bedreigingen.