ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ9793

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/1139 PARKBL
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.P. van Baaren
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen naheffing parkeerbelasting wegens ontbreken geldig betaalbewijs

Eiser parkeerde zijn auto op 6 maart 2006 aan de Martinetsingel te Zutphen en kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat geen geldig betaalbewijs in het voertuig was aangebracht. Hoewel eiser beschikte over een parkeerontheffing voor vergunninghouderplaatsen direct voor het gerechtsgebouw, stond zijn auto op een plek waar parkeerbelasting verschuldigd was en waar de ontheffing niet geldig was.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de parkeercontroleur betrouwbaar is en dat het risico voor het parkeren op een niet-vergunninghoudersplek voor rekening van eiser komt. De vergunninghouderzone was duidelijk met borden aangegeven.

Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Enkelvoudige kamer
Reg.nr.: 06/1139 PARKBL
Uitspraak in het geding tussen:
[eiser]
te [woonplaats],
eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Zutphen
verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Met dagtekening 6 maart 2006, nummer 060306.1524.8011 heeft verweerder een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd.
Bij uitspraak op bezwaar van 31 maart 2006 heeft verweerder het door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Eiser heeft bij brief van 5 mei 2006 beroep bij de rechtbank ingesteld op de daarin vermelde gronden. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder bij brief van 25 oktober 2006 nadere stukken ingediend, waaronder een verklaring van de parkeercontroleur.
Na verkregen toestemming van partijen heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.
2. Motivering
Eiser is houder van een grijze personenauto merk Ford met kenteken [kenteken].
Op 6 maart 2006 heeft een parkeercontroleur omstreeks 15.24 uur deze personenauto aangetroffen aan de Martinetsingel te Zutphen. De parkeercontroleur heeft op evengenoemd tijdstip geconstateerd dat geen geldig betaalbewijs in het voertuig was aangebracht. Naar aanleiding daarvan is aan eiser de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.
Eiser heeft aangevoerd dat hij op 6 maart 2006 om 13.45 uur in het gerechtsgebouw moest zijn in verband met een beroepsprocedure bij de kantonrechter. Nadat hij zijn auto aan de Martinetsingel had geparkeerd heeft hij bij het gerechtsgebouw om een parkeervergunning (ontheffing) verzocht en gekregen. Op het moment dat hij weer buiten kwam, was er een naheffingsaanslag uitgeschreven.
Verweerder heeft in dat verband gesteld dat het betreffende voertuig stond geparkeerd op een plaats waar parkeerbelasting verschuldigd is.
Op basis van de beschikbare gegevens is de rechtbank van oordeel dat op het tijdstip van oplegging van de naheffingsaanslag geen geldig betaalbewijs in het voertuig was aangebracht. De rechtbank ziet geen grond voor twijfel aan de juistheid van de verklaring en bevindingen van de parkeercontroleur. Dat eiser beschikte over een op 6 maart 2006 gedateerde parkeerontheffing, geldig voor locatie 4683 (direct voor het gerechtsgebouw), doet daaraan niet af. De parkeerontheffing is slechts geldig voor de vergunninghouder-plaatsen vóór de rechtbank en niet op de plaats waar het voertuig van eiser werd aangetroffen, namelijk een plaats waar parkeerbelasting is verschuldigd. Dat eiser zijn auto op een niet voor vergunninghouders bestemde parkeerplek, heeft geparkeerd komt voor zijn risico. In dat verband merkt de rechtbank op dat de vergunninghouderzone direct voor het gerechtsgebouw duidelijk als zodanig kenbaar met een bord is aangegeven.
Uit het vorenstaande volgt dat de auto van eiser ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag stond geparkeerd op een onder de verordening vallende parkeerplaats zonder dat daarvoor parkeerbelasting is betaald. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat dit tevens impliceert dat er op het moment van controle geen geldig betaalbewijs in de auto aanwezig was. Verweerder heeft terecht parkeerbelasting nageheven.
Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
3. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. R.P. van Baaren en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.