ECLI:NL:RBZUT:2007:BA3999

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/533390-06-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Buijs
  • Kuiken
  • Eijkelestam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 175 lid 3 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 18 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersongeluk door niet verlenen van voorrang aan fietser met letsel als gevolg

Op 1 augustus 2006 vond te Loenen een verkeersongeval plaats waarbij verdachte, als bestuurder van een personenauto, bij het afslaan naar links geen voorrang verleende aan een tegemoetkomende racefietser. Hierdoor ontstond een aanrijding waarbij de fietser hoofdletsel opliep met tijdelijke ziekte tot gevolg.

De rechtbank Zutphen oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte onvoorzichtig of roekeloos had gereden. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte de voorrang niet had verleend in strijd met artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van €400, bij niet betaling te vervangen door 8 dagen hechtenis, en legde een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met het letsel van het slachtoffer, het feit dat verdachte geen eerdere justitiële contacten had en dat zij contact had gezocht met het slachtoffer.

De rechtbank achtte de opgelegde straf passend bij de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder het feit was begaan. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het niet verlenen van voorrang, maar vrijgesproken van zwaardere verwijten.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van onvoorzichtig en roekeloos rijden, veroordeeld voor het niet verlenen van voorrang met geldboete, voorwaardelijke rijontzegging en subsidiaire hechtenis.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/533390-06-06
Uitspraak d.d.: 27 april 2007
Tegenspraak/ dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
Geboren te [plaats] op [geboortedatum],
wonende te [postcode, plaats], [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 april 2007.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 01 augustus 2006 te Loenen, althans in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de weg, de Beekbergerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,
immers heeft zij, verdachte,
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
bij het afslaan naar links teneinde de Reuweg in te rijden, zich er niet van vergewist dat de weg vrij was en/of daarbij en/of daardoor geen voorrang verleend aan een haar op dezelfde weg tegemoetkomende (race)fietser, zijnde de heer [slach[slachtoffer],
waarbij of waardoor een aanrijding en/of botsing heeft plaatsgevonden tussen de door de heer [slachtoffer] bestuurde (race)fiets en het door haar -verdachte- bestuurde motorrijtuig,
waardoor de heer [slachtoffer], althans een ander, zwaar lichamelijk letsel, te weten hoofdletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
art 175 lid 3 Wegenverkeerswet Pro 1994
art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994
ALTHANS, dat
zij op of omstreeks 01 augustus 2006 te Loenen, althans in de gemeente Apeldoorn, als bestuurder van een, motorrijtuig, (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Beekbergerweg, bij het afslaan naar links, teneinde de Reuweg in te rijden, een haar op dezelfde weg tegemoetkomende (race)fietser niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan een persoon ([slachtoffer]) is ontstaan en/of schade aan goederen is
toegebracht;
art 18 lid 1 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, nu uit de bewijsmiddelen, in onderling samenhang bezien, niet blijkt dat de verdachte onvoorzichtig dan wel roekeloos heeft gereden. De verdachte dient van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 01 augustus 2006 te Loenen, als bestuurder van een, motorrijtuig (personenauto), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Beekbergerweg, bij het afslaan naar links, teneinde de Reuweg in te rijden, een haar op dezelfde weg tegemoetkomende (race)fietser niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan een persoon ([slachtoffer]) is ontstaan en schade aan goederen is toegebracht;
Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde
Wat onder subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Overtreding van artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, te weten: een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en draagkracht van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij haar straftoemeting aansluiting gezocht bij door rechtbanken gehanteerde oriëntatiepunten. Zij heeft daarbij enerzijds in aanmerking genomen, het door het slachtoffer opgelopen letsel. Anderzijds heeft de rechtbank in haar strafoplegging meegewogen dat verdachte nog niet eerder met justitie in aanraking is geweest en het feit dat verdachte contact heeft gezocht met het slachtoffer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op artikel 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 179 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 400,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis.
Ontzegt verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.
Bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rech-ters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 april 2007.