ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4011

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/552463-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Buijs
  • Kuiken
  • Eijkelestam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 175 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 18 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 23 Wetboek van StrafrechtArt. 24 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersongeval door onvoorzichtig linksaf slaan met bedrijfsauto

Op 16 oktober 2006 sloeg verdachte met zijn bedrijfsauto linksaf op de Eperweg in de gemeente Elburg, zonder een tegemoetkomende auto voor te laten gaan. Dit leidde tot een botsing waarbij het slachtoffer een gebroken borstbeen opliep en er schade aan goederen ontstond.

De rechtbank oordeelde dat verdachte niet onvoorzichtig of roekeloos had gereden in de primaire tenlastelegging en sprak hem daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat hij het subsidiair ten laste gelegde had begaan, namelijk het niet voor laten gaan van een tegemoetkomende auto bij linksaf slaan, in strijd met artikel 18 lid 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

De rechtbank legde een geldboete van €400 op, waarvan bij niet-betaling 8 dagen hechtenis, rekening houdend met het letsel van het slachtoffer, de omstandigheden van het ongeval, en het feit dat verdachte geen eerdere justitiële contacten had en contact had gezocht met het slachtoffer.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen op 27 april 2007.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €400 of 8 dagen hechtenis wegens het niet voor laten gaan van een tegemoetkomende auto bij linksaf slaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/552463-06
Uitspraak d.d.: 27 april 2007
Tegenspraak/ dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
Geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1978,
wonende te [adres en woonplaats]
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 april 2007.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 oktober 2006 in de gemeente Elburg, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Eperweg, althans enige weg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,
immers is hij, verdachte,
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
afgeslagen naar links, teneinde de Wolkamerweg in te rijden, waarbij hij -verdachte- een hem op dezelfde weg tegemoetkomende (bedrijfs)auto niet heeft laten voorgaan (doordat hij -verdachte- zich niet of te laat heeft vergewist dat de kruising vrij was van verkeer en/of de afstand en/of de snelheid van een hem tegemoetkomend voertuig verkeerd heeft beoordeeld),
waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig en voornoemde tegemoetkomend voertuig (bestuurd door [slachtoffer]),
waardoor [slachtoffer], althans een ander, zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken borstbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
artikel 175 lid 2 Wegenverkeerswet Pro 1994
art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 16 oktober 2006 in de gemeente Elburg, als bestuurder van een (bedrijfs)auto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Eperweg, bij het afslaan naar links, teneinde de Wolkamerweg in te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende (bedrijfs)auto niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan personen ([slachtoffer]) is ontstaan en/of schade aan goederen is toegebracht;
art 18 lid 1 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, nu uit de bewijsmiddelen, in onderling samenhang bezien, niet blijkt dat de verdachte onvoorzichtig dan wel roekeloos heeft gereden. Verdachte heeft zelf aangegeven goed te hebben gekeken alvorens links af te slaan en op dat moment geen overig verkeer te hebben gezien. Pas toen hij reeds bezig was met de manoeuvre en op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer was, zag hij de lichten van de auto van de tegenligger, het latere slachtoffer. De verdachte kon een aanrijding niet meer voorkomen en derhalve dient de verdachte van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 oktober 2006 in de gemeente Elburg, als bestuurder van een bedrijfsauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Eperweg, bij het afslaan naar links, teneinde de Wolkamerweg in te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bedrijfsauto niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan personen ([slachtoffer]) is ontstaan en schade aan goederen is toegebracht;
Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde
Wat onder subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Overtreding van artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, te weten: een geldboete van € 400,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis.
De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en draagkracht van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij haar straftoemeting aansluiting gezocht bij door rechtbanken gehanteerde oriëntatiepunten. Zij heeft daarbij enerzijds in aanmerking genomen, het door het slachtoffer opgelopen letsel. Anderzijds heeft de rechtbank in haar strafoplegging meegewogen dat verdachte nog niet eerder met justitie in aanraking is geweest en het feit dat verdachte contact heeft gezocht met het slachtoffer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op artikel 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 400,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis.
Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 april 2007.