ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4025
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling vordering UPC Nederland voor gebruik tweede telefoonlijn ondanks technische facturatiefout
UPC Nederland heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde voor betaling van abonnementskosten en gebruikskosten van een tweede telefoonlijn die gedurende zeventien maanden niet gefactureerd waren door een technische fout. Gedaagde erkent slechts een overeenkomst voor één telefoonlijn en betwist het bestaan van een tweede lijn en de bijbehorende facturen.
De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid en oordeelt dat de algemene voorwaarden van UPC Nederland de rechterlijke bevoegdheid niet uitsluiten, ondanks de mogelijkheid van geschillenbeslechting via de Geschillencommissie Telecommunicatie. Het beroep op onbevoegdheid wordt verworpen.
Verder wordt vastgesteld dat UPC Nederland voldoende bewijs heeft geleverd van het gebruik en de overeenkomst voor de tweede telefoonlijn, mede op grond van automatische digitale registraties en de toepasselijkheid van artikel 3.5 van de algemene voorwaarden. Gedaagde krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren.
De rechtbank wijst het verweer van rauwelijks dagvaarden af en oordeelt dat de vordering niet onredelijk is vanwege de technische fout. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering door UPC Nederland, waarna verdere beslissing zal volgen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, wijst het beroep op vernietiging van artikel 3.5 af en draagt UPC Nederland op bewijs te leveren; de zaak wordt aangehouden.