ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4428
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot betaling en exhibitieplicht in geschil over maaltijdvoorziening en personeelsovername
In deze civiele procedure tussen Stichting Atlant Zorggroep en Stichting Sutfene staat een geschil centraal over de beëindiging van maaltijdvoorziening en de terugovername van personeel. Atlant vordert betaling van een bedrag van € 67.650,07 en inzage in stukken die betrekking hebben op afspraken tussen Sutfene en Albron over medewerkers die voorheen bij Sutfene werkten.
De rechtbank oordeelt dat Atlant onvoldoende belang heeft bij de voorlopige voorziening tot betaling, omdat de afloop van de hoofdzaak kan worden afgewacht en er geen deel van de hoofdvordering reeds toewijsbaar is. Daarnaast is onduidelijk of er een rechtsbetrekking bestaat tussen Atlant en Sutfene die de exhibitieplicht op grond van artikel 843a Rv rechtvaardigt, mede omdat Albron geen partij is in de hoofdzaak.
Sutfene heeft verder terecht gesteld dat de gevraagde stukken alleen in het geding worden gebracht indien dat nuttig en nodig blijkt na bewijslevering. De rechtbank concludeert dat er op dit moment onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat Atlant een rechtmatig belang heeft bij haar vordering tot exhibitie. De vorderingen worden daarom afgewezen en de beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Atlant tot betaling en exhibitieplicht af.