ECLI:NL:RBZUT:2007:BA5763
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over vaststellingsovereenkomst en betalingsverplichtingen na ontbinding vennootschap
Partijen, voormalig vennoten in een vennootschap onder firma, zijn in geschil geraakt over de nakoming van een vaststellingsovereenkomst waarin de waarde van het aandeel van eiser is vastgesteld op €17.885,00. De vennootschap werd ontbonden per 31 december 2004 en de onderneming werd voortgezet door gedaagde als eenmanszaak.
Eiser vordert betaling van een restantbedrag en rente, terwijl gedaagde betwist dat hij dit bedrag onvoorwaardelijk verschuldigd is. Gedaagde stelt dat de overeenkomst voorwaardelijk is aangegaan en beroept zich op dwaling en onvoorziene omstandigheden om de vaststellingsovereenkomst aan te tasten. Tevens vordert hij betaling van een bedrag van €25.000,00 als vergoeding voor goodwill, welke volgens hem via winstdeling verrekend zou moeten worden.
De rechtbank overweegt dat de bewijslast rust op gedaagde om aan te tonen dat de betalingsverplichting van eiser onvoorwaardelijk is, dan wel dat een opschortende voorwaarde is vervuld. Het beroep op dwaling en onvoorziene omstandigheden wordt afgewezen wegens de bindende aard van de vaststellingsovereenkomst en het ontbreken van ernstige gebreken in de beslissing van de accountant. De rechtbank draagt gedaagde op bewijs te leveren omtrent de verschuldigdheid van de goodwillvergoeding en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Rechtbank draagt gedaagde op bewijs te leveren omtrent verschuldigdheid goodwillvergoeding en houdt verdere beslissing aan.