ECLI:NL:RBZUT:2007:BA6110

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
30 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/460702-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van Harreveld
  • Lucassen
  • Follender Grossfeld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 Wetboek van StrafrechtArt. 245 lid 1 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zedenzaak tegen verdachte

De rechtbank Zutphen behandelde een zedenzaak waarin verdachte werd beschuldigd van seksueel misbruik van een minderjarig slachtoffer in de periode van 2000 tot 2003. De tenlastelegging betrof diverse handelingen, waaronder seksueel binnendringen en betasting, gepleegd op het slachtoffer toen zij jonger was dan zestien jaar.

Tijdens de terechtzitting op 16 mei 2007 ontkende verdachte de tenlasteleggingen nadrukkelijk en onderbouwde dit met diverse bescheiden. De rechtbank hechtte bijzondere waarde aan deze ontkenning bij de beoordeling van het bewijsmateriaal. Een heimelijk gemaakte bandopname van een gesprek tussen verdachte en aangeefster leverde weinig concreet bewijs op en verdachte gaf een ontlastende uitleg die niet met redelijke zekerheid kon worden uitgesloten.

De verklaringen van andere personen waren grotendeels gebaseerd op mededelingen van de aangeefster, die wisselende verklaringen gaf over haar seksuele contacten met anderen. De enige concrete aanwijzingen met een duidelijke context waren minder aannemelijk. Gezien het geheel van het bewijsmateriaal kon de rechtbank niet tot een overtuigende bewezenverklaring komen en sprak zij verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van seksueel misbruik.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/460702-05
Uitspraak d.d.: 30 mei 2007
tegenspraak/ dnip
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1961],
wonende te [woonplaats]
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 mei 2007.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op éen of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2000
tot 7 augustus 2001 in de gemeente Doetinchem en/of (elders) in Nederland,
(telkens) met [slachtoffer] (geboren op [1989]), die toen de
leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en)
heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd
en/of
- zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]
gebracht en/of geduwd en/of
- zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] getongzoend en/of gevingerd en/of
- die [slachtoffer] (over en/of onder de kleding) betast over de borst(en) en/of
de schaamstreek;
art 244 Wetboek Pro van Strafrecht
2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 augustus
2001 tot en met 31 december 2003 in de gemeente Doetinchem en/of te [plaats]
en/of (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [1989]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien
jaren had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft
gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd
en/of
- zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]
gebracht en/of geduwd en/of
- zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] getongzoend en/of gevingerd en/of
- die [slachtoffer] (over en/of onder de kleding) betast over de borst(en) en/of
de schaamstreek;
art 245 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank kan aan de aanwezige wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging worden ontleend, dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt ter zake dat verdachte bedoelde feiten, onder overlegging van diverse bescheiden, nadrukkelijk en gemotiveerd heeft ontkend, zodat bij de beoordeling van de bewijsmiddelen bijzondere behoedzaamheid is geboden.
Aangaande de transcriptie van een door aangeefster heimelijk gemaakte bandopname van een tussen haar en verdachte op 16 november 2005 gevoerd gesprek moet in dit verband niet alleen gelden, dat de aan deze transcriptie te ontlenen informatie weinig concreet is, maar ook en vooral dat verdachte omtrent de achtergrond en strekking van dit gesprek een voor de onderhavige zaak ontlastende uitleg heeft gegeven, waarvan de juistheid niet met redelijke zekerheid kan worden uitgesloten.
Uitgaande van het vorenoverwogene oordeelt de rechtbank het overblijvende bewijsmateriaal van onvoldoende gewicht, in aanmerking genomen dat het voor verdachte belastende deel van de door andere personen afgelegde verklaringen steeds is te herleiden tot door aangeefster gedane mededelingen, dat aangeefster wisselend heeft verklaard omtrent haar seksuele contacten met andere mannen en dat zij slechts in twee gevallen een duidelijke omlijsting heeft vermeld omtrent zodanige contacten met verdachte, terwijl, in het licht van het onderzoek, juist deze omlijstingen (bezichtiging racefiets en bezoek zwemtraining [plaats]) minder aannemelijk voorkomen.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door mr. Van Harreveld, voorzitter, mrs. Lucassen en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. Steenweg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 mei 2007.