ECLI:NL:RBZUT:2007:BA8566
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir derdenbeslag in geschil over samenwerking en betaling geneesmiddel
In deze civiele kortgedingprocedure vordert eiser de opheffing van conservatoir derdenbeslag dat door gedaagden is gelegd in het kader van een bodemprocedure over een samenwerking en financiële vorderingen met betrekking tot een geneesmiddel voor paarden.
Gedaagden hebben een samenwerkingsovereenkomst met eiser betwist en vorderen betaling van een groot bedrag. De rechtbank heeft gedaagden opgedragen bewijs te leveren van de samenwerking en de gemaakte afspraken. Tijdens de kortgedingprocedure is gebleken dat de bewijsvoering nog niet is afgerond en dat essentiële getuigenverklaringen ontbreken.
De voorzieningenrechter overweegt dat het beslag slechts kan worden opgeheven indien summierlijk blijkt dat de vordering ondeugdelijk is. Gezien het nog lopende bewijsproces en het belang van gedaagden bij het handhaven van het beslag, weegt dit zwaarder dan het belang van eiser bij opheffing. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.