ECLI:NL:RBZUT:2007:BA8616
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-medisch objectiveerbare arbeidsongeschiktheid
Eiser, een zelfstandig organisatiepsycholoog, meldde zich arbeidsongeschikt wegens klachten van vermoeidheid en hartritmestoornissen. Diverse medische onderzoeken, waaronder cardiologische en psychiatrische rapporten, konden geen medisch objectiveerbare oorzaak voor zijn klachten vaststellen. Achmea, de verzekeraar, weigerde aanvankelijk een uitkering toe te kennen op grond van de polisvoorwaarden die vereisen dat arbeidsongeschiktheid het directe gevolg moet zijn van een medisch vastgestelde ziekte of ongeval.
Na deskundigenonderzoeken en rapportages van arbeidsdeskundigen werd eiser met terugwerkende kracht een uitkering toegekend vanaf 1 april 2002. Eiser vorderde echter vergoeding van kosten en schade wegens vermeende onzorgvuldigheid en onrechtmatig handelen van Achmea, die volgens hem ten onrechte de uitkering had geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat de polisvoorwaarden duidelijk vereisen dat arbeidsongeschiktheid een medisch objectiveerbare oorzaak moet hebben. De klachten van eiser waren wel reëel maar niet medisch objectief vast te stellen. Achmea had zorgvuldig gehandeld en was niet gehouden het oordeel van UWV te volgen. De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens het ontbreken van een medisch objectiveerbare oorzaak voor arbeidsongeschiktheid.