ECLI:NL:RBZUT:2007:BB0915

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
31 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/793
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 lid 2 WROArt. 7 lid 3a Besluit luchtkwaliteit 2005Afdeling 3.4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijstelling bouwrijp maken centrum De Voorwaarts te Apeldoorn

Eisers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn, waarin vrijstelling werd verleend voor het bouwrijp maken van gronden ten behoeve van het Omnisportcentrum De Voorwaarts. De werkzaamheden voor bouwrijp maken waren reeds voltooid en het centrum grotendeels gerealiseerd. Het beroep richtte zich niet tegen de aanleg van de schaats- en skeelerbaan.

De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eisers nog procesbelang hadden, aangezien de feitelijke activiteiten afgerond waren en eisers geen schade hadden gesteld. Eisers betoogden dat het oordeel over dit besluit van belang kon zijn voor lopende procedures over het bestemmingsplan en andere vrijstellingen.

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende verband bestond tussen het bouwrijp maken en de andere procedures om het beroep ontvankelijk te verklaren. Hierdoor ontbrak het eisers aan een actueel en voldoende belang bij inhoudelijke beoordeling. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vrijstelling voor bouwrijp maken van De Voorwaarts is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Meervoudige kamer
Reg.nr.: 06/793
Uitspraak in het geding tussen:
1. Nieuwe Steen Investments N.V.
2. NSI Volumineuze Detailhandel B.V.
te Hoorn,
eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn,
verweerder.
1. Bestreden besluit
Besluit van verweerder van 17 februari 2006.
2. Feiten en procesverloop
Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan de gemeente Apeldoorn vrijstelling op de voet van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) verleend voor het bouwrijp maken van gronden ter realisering van een Omnisportcentrum (hierna: het centrum) en de aanleg van een (onoverdekte) schaats- en skeelerbaan op het perceel, plaatselijk bekend “De Voorwaarts” te Apeldoorn. Het bouwrijp maken bestaat uit het leggen van kabels, leidingen, riolering, het aanbrengen van puinverharding voor de bouwplaats, het aanleggen van de bouwstraten en de plaatsing van hekwerken.
Het bestreden besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
Namens eisers heeft mr. M.H.J. van Driel, advocaat te Amsterdam, bij brief van 29 maart 2006 beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 5 september 2006, waar eisers niet zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Groeneveld en M.G.J. Beimer, ambtenaren van de gemeente. Namens de gemeente Apeldoorn is G.J.M. Gilissen verschenen.
Het onderzoek is na sluiting heropend. Partijen hebben nog nadere stukken in het geding gebracht.
Het beroep is na verwijzing naar een meervoudige kamer nader behandeld ter zitting van 13 juli 2007, waar namens eisers is verschenen mr. Van Driel. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door Groeneveld en Beimer, alsmede door C.J. Valk, werkzaam bij raadgevend ingenieursbureau Witteveen + Bos te Deventer.
3. Motivering
De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eisers nog belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroepschrift door de rechtbank.
Namens eisers is desgevraagd ter zitting betoogd dat zij nog procesbelang hebben. Zij zijn partij in de nog lopende procedures inzake de vaststelling van het bestemmingsplan “De Voorwaarts” en de verlening van een vrijstelling op de voet van artikel 19, tweede lid, van de WRO voor het centrum. Een inhoudelijke beoordeling van het thans bestreden besluit kan van betekenis zijn voor de uitkomst in die andere procedures, zo hebben eisers betoogd.
De rechtbank stelt vast dat de activiteiten die in verband met het bouwrijp maken van het perceel waarop het centrum wordt gerealiseerd, reeds zijn afgerond en dat de grond bouwrijp is. Het centrum is ook al grotendeels gerealiseerd. Het beroep is voorts niet gericht tegen de aanleg van de schaats- en skeelerbaan. Eisers hebben bovendien ter zitting gesteld dat zij geen schade hebben geleden ten gevolge van het bestreden besluit. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eisers geen procesbelang hebben.
Het betoog van eisers leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank is van oordeel dat er niet een zodanig verband is tussen het besluit tot het bouwrijp maken en de besluiten inzake het bestemmingsplan en de vrijstelling, dat de inhoudelijke beoordeling van het eerstgenoemde besluit zonder meer van betekenis is voor de beoordeling van die andere besluiten.
Het beroep van eisers is derhalve niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een ¬veroordeling in proceskosten.
4. Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. J.H. van Breda, voorzitter, en mr. E.G. de Jong en mr. J.W.A. Fleuren, leden, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2007 in tegenwoordigheid van mr. P.M. Saedt als griffier.