ECLI:NL:RBZUT:2007:BB2282

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
24 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/580212-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Draisma
  • Kleinrensink
  • Hödl
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 SrArt. 48 SrArt. 416 lid 1 SrArt. 417bis lid 1 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in zaak diefstal en opzetheling van vrachtauto's en container met DVD-spelers

De rechtbank Zutphen behandelde op 24 augustus 2007 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal en opzetheling van een oplegger met een container vol DVD-spelers en meerdere vrachtauto's.

De tenlastelegging betrof drie incidenten waarbij verdachte samen met anderen of alleen goederen zou hebben weggenomen en/of opzettelijk gelegenheid en middelen zou hebben verschaft door het huren van een loods als opslagruimte. Daarnaast werd hem verweten dat hij deze goederen had verworven, voorhanden had gehad of overgedragen terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het om door misdrijf verkregen goederen ging.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan. Cruciaal was dat verdachte nooit de feitelijke zeggenschap had over de in de loods aangetroffen goederen, en het enkel huren van de loods onvoldoende is voor een bewezenverklaring van opzetheling. De officier van justitie concludeerde tot vrijspraak, maar stelde nog subsidiair bewijs, wat de rechtbank niet volgde.

De benadeelde partijen hadden schadevergoedingsvorderingen ingediend, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De partijen kunnen hun vorderingen alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank sprak verdachte integraal vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is integraal vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van feitelijke zeggenschap en opzetheling.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/580212-05
Uitspraak d.d.: 24 augustus 2007
Tegenspraak / dip
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1966,
wonende te [adres en woonplaats],
thans uit andere hoofde verblijvende in de penitentiaire inrichting te Lelystad.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 10 augustus 2007.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Heerde tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een oplegger met (zee)container (inhoudende 3700 DVD spelers), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij A] en/of [benadeelde partij B] en/of [benadeelde partij C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming;
(incident 1)
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
een persoon in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Heerde tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een oplegger met (zee)container (inhoudende circa 3700 DVD spelers), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij A] en/of [benadeelde partij B] en/of [benadeelde partij C], in elk geval aan een ander of
anderen dan aan die persoon en/of diens mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die perso(o)n(en) en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 maart 2005 tot en met 18 april 2005 te Brummen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een loods te huren en/of die loods aan die persoon en/of diens mededader(s) ter beschikking te stellen als opslagruimte voor voornoemd(e) gestolen goed(eren);
(incident 1)
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een oplegger en/of een (zee)container en/of 3700 , althans een aantal DVD spelers heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die oplegger en/of die container en/of die DVD spelers wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
(incident 1)
art 416 lid 1 ahf Pro/ond a Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een oplegger en/of een (zee)container en/of 3700 , althans een aantal DVD spelers heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die oplegger en/of die container en/of die DVD spelers redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
(incident 1)
art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
2.
hij in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Hattem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk:Volvo, type: FL7H, kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;
(incident 2)
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
een persoon in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Hattem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk: Volvo, type FL7H, kenteken: [kenteken]) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die persoon en/of diens mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die persoon en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Brummen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft
en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een loods te huren en/of die loods aan die persoon en/of diens mededader(s) ter beschikking te stellen als opslagruimte voor voornoemd gestolen goed;
(incident 2)
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Volvo, type: FL7H, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(incident 2)
art 416 lid 1 ahf Pro/ond a Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Volvo, type: FL7H, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(incident 2)
art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
3.
hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 29 maart 2005 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk: Man, type: 19FLS, kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming;
(incident 3)
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
een persoon in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 29 maart 2005 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk:Man, type: 19FLS, kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die persoon en/of diens mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die persoon en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 maart 2005 tot en met 29 maart 2005 te Brummen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een loods te huren en/of deze loods aan die persoon en/of diens mededader(s) ter beschikking te stellen als opslagruimte voor voornoemd gestolen goed;
(incident 3)
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Man, type: 19 FLS, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
( incident 3)
art 416 lid 1 ahf Pro/ond a Wetboek van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Man, type: 19 FLS, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(incident 3)
art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht
Vrijspraak
1. De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. Voorts heeft hij gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.
2. Door en namens verdachte is integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.
3. De rechtbank is met verdachte en zijn raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Voor zover door de officier van justitie is gesteld dat het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 meer subsidiair bewezen kan worden verklaard, wordt als volgt overwogen. Voor een bewezenverklaring van het delict opzetheling dan wel schuldheling, is vereist dat verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden hebben/krijgen van het goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het van een misdrijf afkomstig goed betrof. Het "verwerven", “voorhanden hebben” of "overdragen" van een goed omvat alle handelingen, die tot gevolg hebben dat iemand de feitelijke zeggenschap over een goed verkrijgt, heeft of overdraagt. In het geval van verdachte is de rechtbank niet gebleken dat hij op enig moment de feitelijke zeggenschap had over de van misdrijf afkomstige goederen die in de loods op 18 april 2005 zijn aangetroffen. Het enkele feit dat verdachte de betreffende loods heeft gehuurd is voor een bewezenverklaring niet voldoende.
Gelet op het voorgaande behoort verdachte van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde integraal te worden vrijgesproken.
Vordering tot schadevergoeding
De benadeelde partijen [benadeelde partij C], gevestigd aan [adres en plaats] (bankrekeningnummer: [nummer]) en [benadeelde partij A], gevestigd aan [adres en plaats] (bankrekeningnummer: [nummer]) hebben zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 12.600,47 respectievelijk
€ 6.715,27 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.
Deze benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij C] en [benadeelde partij A] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.
Aldus gewezen door mr. Draisma, voorzitter, mrs. Kleinrensink en Hödl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 augustus 2007.