ECLI:NL:RBZUT:2007:BB2739
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod executie ontbindingsbeschikking na ontslag op staande voet
Philadelphia vorderde in kort geding een verbod op de executie van een ontbindingsbeschikking van de kantonrechter, omdat zij de werknemer op staande voet had ontslagen. De arbeidsovereenkomst was door de kantonrechter ontbonden met een vergoeding van €15.000. Philadelphia stelde dat het ontslag op staande voet misbruik van recht opleverde bij executie van de beschikking.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een ontbindingsbeschikking niet slechts rechtskracht heeft indien de arbeidsovereenkomst op het tijdstip van ontbinding nog bestaat. Het ontslag op staande voet vond plaats na de beschikking en kan de rechtskracht van die beschikking niet aantasten. Philadelphia kon niet aannemelijk maken dat de beschikking berustte op een juridische of feitelijke misslag of dat executie een noodtoestand zou veroorzaken.
De werknemer had zich beledigend uitgelaten jegens een leidinggevende en cliënten benaderd, wat aanleiding gaf tot het ontslag. De rechter nam mee dat de arbeidsrelatie al lang verstoord was en dat de kantonrechter de ontbinding op die grond had gebaseerd. Er was onvoldoende bewijs voor de door Philadelphia gestelde misdragingen. Philadelphia werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Philadelphia om executie van de ontbindingsbeschikking te verbieden of te schorsen worden afgewezen.