ECLI:NL:RBZUT:2007:BB2881
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opschorting tenuitvoerlegging vrijheidsstraf in afwachting van gratiebeslissing
Eiser is bij verstek veroordeeld tot twee keer een hechtenisstraf van veertien dagen wegens overtredingen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, met onherroepelijke vonnissen van augustus en december 2006. Na aanhouding op 5 april 2007 is de eerste straf in uitvoering genomen, waarna de tweede straf aansluitend zal worden uitgevoerd.
Eiser verzocht op 10 april 2007 om gratie en om opschorting van de tenuitvoerlegging van de tweede straf totdat op het gratieverzoek zou zijn beslist. De Minister van Justitie wees dit verzoek af, mede op grond van beleidsregels die opschorting alleen toestaan indien aannemelijk is dat het gratieverzoek hoogstwaarschijnlijk wordt toegewezen, bijvoorbeeld bij levensbedreigende ziekte.
De rechtbank oordeelt dat eiser ontvankelijk is in zijn vordering tegen de officier van justitie, maar dat de gratieprocedure niet bedoeld is als extra rechtsmiddel tegen de feitenvaststelling of strafoplegging. De door eiser aangevoerde omstandigheden, zoals de verzorging van zijn moeder en het feit dat het voertuig betrokken bij het strafbare feit al was gesloopt, leiden niet tot een redelijke verwachting van toewijzing van het gratieverzoek.
De rechtbank acht het beleid van de minister niet onredelijk en wijst het verzoek tot opschorting af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.067,00. Het vonnis is gewezen door mr. G. Vrieze en op 19 april 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot opschorting tenuitvoerlegging vrijheidsstraf wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.