ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4362
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Borgerhoff Mulder
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting, bewezen poging en overige geweldsdelicten in Zutphen
De rechtbank Zutphen behandelde op 26 september 2007 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting, poging tot verkrachting, vernieling, bedreiging en mishandeling. De rechtbank oordeelde dat de verkrachting niet wettig en overtuigend bewezen was vanwege inconsistenties in de verklaring van het slachtoffer en onduidelijkheid over de feiten. Wel werd de poging tot verkrachting en andere feiten zoals vernieling van ruiten, bedreiging van een minderjarige en mishandeling bewezen verklaard.
De feiten betreffen een incident eind mei 2007 waarbij verdachte met geweld en bedreiging probeerde het slachtoffer tot seksuele handelingen te dwingen, maar de daadwerkelijke verkrachting niet kon worden bewezen. Daarnaast vernielde verdachte in oktober 2006 ruiten van de woning van zijn ex-vriendin, bedreigde hij de ouders van een 12-jarig meisje met zware mishandeling en mishandelde hij een medebewoner in mei 2006.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van tien maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte zich moet houden aan reclasseringsvoorschriften, waaronder ambulante behandeling bij een polikliniek. Verdachte werd veroordeeld tot schadevergoeding aan de slachtoffers voor respectievelijk €30 en €207,95. De rechtbank achtte een lagere straf passend gezien de bewezen feiten en de persoon van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verkrachting, veroordeeld voor poging tot verkrachting en andere geweldsdelicten tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met reclasseringsvoorwaarde.