ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5124
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- De Bie
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk bewegen van een minderjarige tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door belofte van een goed en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht. De feiten vonden plaats tussen 1 oktober 2000 en de meerderjarigheid van het slachtoffer in 2003.
Het bewijs bestond uit de aangifte van het slachtoffer, verklaringen van verdachte, en het onderzoek ter terechtzitting. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de minderjarige betastte, masseerde en masturbeerde, en dat het slachtoffer wederzijds handelde. De verdediging voerde onder meer aan dat het slachtoffer niet door beloftes of misleiding was bewogen en dat sprake was van vrije wil, maar dit werd verworpen.
De rechtbank sprak verdachte vrij voor de periode van 1 januari 2000 tot 1 oktober 2000 wegens ontbreken van klachtvereiste en verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar voor de periode daarna. Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden met een proeftijd van 2 jaar op, gecombineerd met een werkstraf van 150 uur. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 150 uur werkstraf wegens ontuchtige handelingen met minderjarige.