ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5753

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
23 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
87779 - KG ZA 07-231
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • J.J. van Oostveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 RvArt. 80 lid 2 Rijksoctrooiwet 1995Art. 455 RvArt. 70 Rijksoctrooiwet 1995
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid voorzieningenrechter Zutphen inzake opheffing beslag Silicair machine

In deze kortgedingprocedure vordert eiser de opheffing van een conservatoir bewijsbeslag op de Silicair machine, inclusief monsterneming, beschrijving en gerechtelijke bewaring. Eiser stelt dat het beslag onterecht is en wil het beslag opgeheven zien onder verschillende voorwaarden zodat hij weer bedrijfsmatig met de machine kan werken.

Gedaagde, Air Force Limited, voert verweer en stelt dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen onbevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Volgens Air Force Limited is de rechtbank te ’s-Gravenhage exclusief bevoegd omdat het geschil de geldigheid en handhaving van octrooien betreft.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 80 lid 2 van Pro de Rijksoctrooiwet 1995 de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage exclusief bevoegd is voor vorderingen tot handhaving van octrooien. Hoewel de rechtbank Zutphen bevoegd was tot het verlenen van het beslag vanwege de locatie van de goederen, betreft de vordering tot opheffing een beoordeling van de geldigheid van het octrooi, waarvoor de exclusieve bevoegdheid geldt.

Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot opheffing van het beslag. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Air Force Limited. Het vonnis is uitgesproken op 23 augustus 2007.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering tot opheffing van het beslag en veroordeelt eiser in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rolnummer: 87779 / KG ZA 07-231
Vonnis in kort geding van 23 augustus 2007
in de zaak van
[eiser],
handelende onder de naam [naam],
zaakdoende te [plaats en gemeente],
eiser,
procureur mr. R. Klein,
advocaat mr. W.A.J. Hoorneman te Utrecht,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht AIR FORCE LIMITED,
gevestigd te Jersey, Channel Islands, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde,
procureur mr. C.B. Gaaf,
advocaat mr. M.H.J. van den Horst te 's-Gravenhage.
Partijen zullen hierna [eiser] en Air Force Limited genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van Air Force Limited.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil en de beoordeling
2.1. [eiser] vordert, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. primair het conservatoir bewijsbeslag op de Silicair machine, de monsterneming, beschrijving en/of de gerechtelijke bewaring daarvan met onmiddellijke ingang zal opheffen en het daartoe gegeven verlof zal intrekken;
subsidiair het conservatoir bewijsbeslag op de Silicair machine, de monsterneming, beschrijving en/of de gerechtelijke bewaring daarvan met onmiddellijke ingang zal opheffen en het daartoe gegeven verlof zal intrekken, zulks onder de voorwaarden dat [eiser] de Silicair op afroep beschikbaar houdt voor gerechtelijke bezichtiging en/of inspectie door de rechtbank en/of Air Force Limited, dan wel onder verdere door de rechtbank in goede justitie te bepalen voorwaarden;
meer subsidiair de monsterneming, beschrijving en/of de gerechtelijke bewaring van de Silicair machine – onder handhaving van het conservatoir bewijsbeslag, zij het buiten van toepassing verklaren van artikel 455 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering – met onmiddellijke ingang zal opheffen en het daartoe gegeven verlof zal intrekken, opdat [eiser] weer volledig bedrijfsmatig met de Silicair machine kan werken;
nog meer subsidiair de monsterneming, beschrijving en/of de gerechtelijke bewaring van de Silicair machine – onder handhaving van het conservatoir bewijsbeslag, zij het buiten van toepassing verklaren van artikel 455 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering – met onmiddellijke ingang zal opheffen en het daartoe gegeven verlof zal intrekken, opdat [eiser] weer volledig bedrijfsmatig met de Silicair machine kan werken, een en ander onder de voorwaarden dat [eiser] de Silicair op afroep beschikbaar houdt voor gerechtelijke bezichtiging en/of inspectie door de rechtbank en/of Air Force Limited, dan wel onder verdere door de rechtbank in goede justitie te bepalen voorwaarden;
II. Air Force Limited zal bevelen binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis alle medewerking te verlenen aan de ongedaanmaking van de (gevolgen van de) bewijsbeslaglegging, monsterneming, beschrijving en/of gerechtelijke bewaring van de Silicair machine, onder meer inhoudende een bevel om schriftelijk een verzoek te doen aan de bewaarders Gerechtsdeurwaarder Tijhuis en Partners te Zwolle en de besloten vennootschap Autoberging Leerentveld B.V. te Zwolle om de Silicair machine terstond vrij te geven aan [eiser] en deze op kosten van Air Force Limited binnen achtenveertig uur na betekening van dit vonnis te transporteren naar de locatie waar die in beslag is genomen, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat zij geheel of gedeeltelijk met de nakoming van dit bevel in gebreke is;
III. Air Force Limited zal veroordelen in de kosten van dit geding.
2.2. Air Force Limited heeft voor alle weren de onbevoegdheid van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Zutphen ingeroepen. Daartoe heeft zij aangevoerd, dat in de vordering de geldigheid en handhaving van octrooien aan de orde worden gesteld en dat het oordeel daarover bij uitsluiting is voorbehouden aan de rechtbank te
’s-Gravenhage.
2.3. In artikel 80 lid 2 aanhef Pro en onder a. van de Rijksoctrooiwet 1995 is – voor zover hier van belang – bepaald, dat de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage in kort geding in Nederland bij uitsluiting bevoegd is voor vorderingen bedoeld in artikel 70 van Pro die wet, zijnde vorderingen door een octrooihouder ter handhaving van zijn octrooi.
Bij het zesde lid van laatstgenoemd artikel zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betreffende beslag en executie tot afgifte van roerende zaken van toepassing verklaard.
2.4. Uit artikel 705 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering blijkt – voor zover hier van belang – dat het beslag door de voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven het beslag op vordering van de belanghebbende kan worden opgeheven, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt.
2.5. Op grond van de plaats waar de in beslag te nemen goederen verbleven, was
de voorzieningenrechter van de rechtbank te Zutphen bevoegd tot het verlenen van het verzochte bewijsbeslag.
De in voormeld artikel verleende bevoegdheid behelst niet een uitsluitende maar een aanvullende bevoegdheid tot kennisneming van een vordering tot opheffing van beslagen. Aangezien de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht slechts kan blijken uit een beoordeling van de vraag over de geldigheid en handhaving van octrooien, is krachtens het bepaalde in artikel 80 lid 2 aanhef Pro en onder a. van de Rijksoctrooiwet 1995 de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage in kort geding in Nederland bij uitsluiting bevoegd van de vordering tot opheffing van het onderhavige beslag kennis te nemen.
2.6. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Air Force Limited worden begroot op:
- vast recht EUR 251,00
- overige kosten 0,00
- salaris procureur 816,00
Totaal EUR 1.067,00
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1. verklaart zich onbevoegd van de onderhavige vordering kennis te nemen;
3.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Air Force Limited tot op heden begroot op EUR 1.067,00;
3.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van Oostveen en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2007.?