ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7229
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag na verbreking LAT-relatie wegens onvoldoende eigendomsbewijs en ongerechtvaardigde verrijking
Eiseres en gedaagde sub 1 hadden een affectieve LAT-relatie zonder permanente samenwoning. Tijdens de relatie zijn goederen aangeschaft door gedaagden en geplaatst in de woning van eiseres, tevens betaalden gedaagden gezamenlijke vakanties en uitstapjes. Na verbreking van de relatie vorderden gedaagden schadevergoeding en legden conservatoir beslag op goederen, auto en banktegoeden van eiseres.
Eiseres vorderde opheffing van het beslag omdat zij zich als eigenaar van de goederen beschouwde en de vordering van gedaagden ondeugdelijk was. Gedaagden konden onvoldoende bewijs leveren van eigendom en erkenden impliciet afstand van hun rechten. Daarnaast stelden zij een beroep op ongerechtvaardigde verrijking, maar de rechtbank vond dit onvoldoende aannemelijk gezien de affectieve relatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag onnodig belastend was en dat eiseres onvoldoende middelen had om in haar levensonderhoud te voorzien. Gezien het ontbreken van een deugdelijke vordering en het belang van eiseres werd het conservatoir beslag opgeheven. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op goederen, auto en banktegoeden wordt opgeheven wegens onvoldoende bewijs eigendom en onvoldoende aannemelijkheid ongerechtvaardigde verrijking.