ECLI:NL:RBZUT:2007:BB8579
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Bos
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak leraar wegens ontbreken overtuigend bewijs van ontucht met leerling
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen een leraar die werd verdacht van ontucht met een minderjarige leerling in de periode van september 2002 tot juli 2004. De tenlastelegging betrof meerdere handelingen waarbij de verdachte de leerling op zijn schoot zou hebben genomen en met zijn handen onder haar kleding zou hebben betast.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de verdachte seksuele handelingen heeft verricht. Hoewel de verdachte erkende dat de leerling bij hem op schoot zat en hij haar met kleding bedekte benen en deels ontblote rug en zijkant streelde, vond de rechtbank deze gedragingen niet zonder meer ontuchtig. De verdachte gaf aan dat hij een affectieve, ouder-kindachtige vertrouwensband met de leerling had en dat zijn handelingen geen seksuele bedoelingen hadden.
De rechtbank nam het voordeel van de twijfel aan de verdachte en wees erop dat het gedragspatroon ook bekend was bij klasgenoten en dat de verdachte in het sociale verkeer meer dan gemiddeld lichamelijk contact zocht. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen bewezen feit was. Uiteindelijk sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte leraar wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van seksuele bedoelingen bij ontucht met leerling.