ECLI:NL:RBZUT:2007:BB9823
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Van der Hooft
- Roessingh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak politieagent wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschrifte geuridentificatieprocessen
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak van een politieagent die werd verdacht van het medeplegen van het opzettelijk afleggen van valse verklaringen onder ede in meerdere geuridentificatieprocessen. De tenlastelegging betrof het valselijk opmaken van proces-verbalen waarin werd gesteld dat de geuridentificatieproeven blind en volgens het keuringsreglement waren uitgevoerd, terwijl dit volgens de officier van justitie niet het geval zou zijn geweest.
Tijdens het onderzoek, uitgevoerd door de Rijksrecherche, werden diverse getuigen gehoord en verklaringen van verdachte en medeverdachten verzameld. De verklaringen over het blind sorteren verschilden echter en boden geen eenduidig bewijs. Sommige verdachten verklaarden dat er meestal niet-blind werd gesorteerd, terwijl anderen stellig waren dat blind sorteren altijd plaatsvond. De rechtbank concludeerde dat de verklaringen onvoldoende consistent en specifiek waren om wettig en overtuigend bewijs te vormen.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast per afzonderlijke tenlastelegging moest worden onderbouwd, maar dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de herinneringen aan specifieke proeven konden verankeren. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte de valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte politieagent werd vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van valsheid in geschrifte.