ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0946
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde verkoop van auto door garagehouder frustreert curator in faillissement
De zaak betreft een geschil over de verkoop van een Jaguar die door de eigenaar, tevens bestuurder van een failliete vennootschap, was achtergelaten bij een garagehouder voor onderhoud. De garagehouder factureerde de eigenaar, die niet kon betalen, waarna de auto werd verkocht. De curator van het faillissement vorderde betaling van de verkoopopbrengst, stellende dat de verkoop onbevoegd was en de curator de auto op grond van de Faillissementswet had kunnen opeisen.
De garagehouder voerde verweer dat hij vooraf met de eigenaar een overeenkomst had gesloten waarbij hij de auto ter compensatie van de openstaande rekening zou krijgen en mocht verkopen. De rechtbank oordeelde dat deze afspraak na het faillissement niet meer rechtsgeldig was, omdat de beschikkingsbevoegdheid over de auto op dat moment bij de curator lag.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de garagehouder zijn retentierecht niet correct had uitgeoefend, omdat hij de curator geen redelijke termijn had gesteld om de auto op te eisen. De verkoop van de auto was daarmee onrechtmatig en frustreerde de curator in de uitoefening van diens bevoegdheden.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond, bekrachtigde de eerdere veroordeling tot betaling van € 6.000 aan de curator en veroordeelde de garagehouder in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet van de garagehouder wordt ongegrond verklaard en de eerdere veroordeling tot betaling aan de curator wordt bekrachtigd.