ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0981
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet opeisbaarheid achtergestelde lening en toestemming bank
Partijen zijn een overeenkomst van geldlening aangegaan waarbij Hesselink aan Strada een bedrag van €191.456,- leende, met een achterstellingsbeding ten gunste van de bank. Strada moest jaarlijks rente betalen en een bankverklaring overleggen waaruit bleek dat zij aan haar verplichtingen aan de bank voldeed. Hesselink vorderde betaling van rente, boete en kosten wegens vermeende tekortkoming van Strada.
Strada voerde aan dat zij geen toestemming van de bank had voor de betalingen en dat de lening vanwege het achtergestelde karakter niet direct opeisbaar was. De rechtbank oordeelde dat het toestemmingsvereiste van de bank voor betalingen aan Hesselink niet ter discussie stond en dat zonder deze toestemming geen opeisbaarheid bestond.
De rechtbank overwoog dat het niet nakomen van de verplichting om tijdig een bankverklaring te overleggen niet zwaar weegt en disproportioneel is om de lening daardoor geheel opeisbaar te verklaren. Ook stelde de rechtbank vast dat de achterstelling betrekking heeft op het gehele geleende bedrag, inclusief de verhoging.
De vordering van Hesselink werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De beslissing bevestigt het belang van het achtergestelde karakter van de lening en de rol van de banktoestemming bij opeisbaarheid.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Hesselink af en veroordeelt haar in de proceskosten.