ECLI:NL:RBZUT:2007:BC1093
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing uitzonderingsbepaling SOHOR-CAO inzake lidmaatschap culturele verenigingen
De zaak betreft de uitleg van artikel 2 lid 6 van Pro de SOHOR-CAO, waarin een uitzondering is opgenomen voor werkgevers die lid zijn van de 'Vereniging van Schouwburgen en Concertgebouwdirecties'. Eiser, werkzaam bij Stichting Hanzehof, werd geweigerd een vervroegde uittredingsuitkering toe te kennen omdat zijn werkgever lid was van deze vereniging, die volgens SOHOR buiten de werkingssfeer van de CAO valt.
Eiser stelde dat de genoemde vereniging niet bestaat en dat bedoeld werd de Werkgeversvereniging van Schouwburgen en Concertgebouwen (thans Werkgeversvereniging Nederlandse Podia), die wel een werkgeversorganisatie is en een eigen CAO heeft. De rechtbank oordeelde dat deze interpretatie objectief gezien juist is, mede vanwege de ratio en het rechtsgevolg van de uitzonderingsbepaling.
SOHOR voerde verweren over de duidelijke bewoordingen van de CAO en het ontbreken van een gelijkheidsbeginsel, maar de rechtbank verwierp deze. De uitzonderingsbepaling moest restrictief worden uitgelegd en het lidmaatschap van een culturele vereniging kon niet leiden tot uitsluiting van de regeling.
De rechtbank veroordeelde SOHOR tot het verstrekken van de uitkering aan eiser en stelde een dwangsom vast voor het geval van niet-naleving. De zaak werd aangehouden voor bewijslevering omtrent de buitengerechtelijke kosten.
Uitkomst: Eiser komt toe op vervroegde uittredingsuitkering op grond van correcte uitleg uitzonderingsbepaling SOHOR-CAO.