ECLI:NL:RBZUT:2007:BG6908
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beslaglegging op Ioaw-uitkering door Belastingdienst afgewezen
Eiser ontvangt een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw). De Belastingdienst heeft beslag gelegd op een deel van deze uitkering ter hoogte van € 8.291,00, waarbij maandelijks € 80,78 wordt ingehouden. Eiser maakt bezwaar tegen dit besluit en stelt dat hij niet op de hoogte was van het beslag, dat het beslag zijn inkomen onder het wettelijk minimum brengt en dat de beslagvrije voet wordt overschreden.
De rechtbank overweegt dat de inhouding op de uitkering als een met een besluit gelijk te stellen handeling moet worden aangemerkt waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De rechtbank stelt echter dat het bestuursorgaan (verweerder) gehouden is medewerking te verlenen aan de uitvoering van het beslag en niet bevoegd is de geldigheid of omvang van het beslag te toetsen. Dit is de taak van de civiele rechter.
Verder is vastgesteld dat de maandelijkse inhouding lager is dan de beslagvrije voet van 10% van de uitkeringsnorm. Ook is niet gebleken dat eiser tijdig heeft verzocht om uitstel van de hoorzitting. De rechtbank concludeert dat verweerder binnen de grenzen van het beslag is gebleven en verklaart het beroep ongegrond. De gevraagde schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beslaglegging op zijn Ioaw-uitkering wordt ongegrond verklaard.