ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3142
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Kleinrensink
- Bos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in complexe fraudezaak wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Zutphen behandelde een fraudezaak tegen verdachte die werd verdacht van het niet melden van aanvang en beëindiging van werkzaamheden van Poolse werknemers en het niet correct naleven van werkgeversverplichtingen tussen 2002 en 2005.
Ondanks een overschrijding van de redelijke termijn voor het wijzen van het vonnis, oordeelde de rechtbank dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, maar mogelijk tot strafvermindering. Verdachte ontkende dat de Poolse werknemers bij hem in dienst waren en verklaarde dat zij zelfstandige ondernemers waren die zijn werkplaats gebruikten.
De rechtbank vond het bewijs onvoldoende om te concluderen dat sprake was van een gezagsverhouding en loonbetaling. Getuigenverklaringen waren vaag en boden geen overtuigend bewijs. Ook het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning voor de Poolse werknemers speelde een rol.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van Borgerhoff Mulder op 30 januari 2008.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van fraude en werkgeversverplichtingen.