ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3482
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kleinrensink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meermalig opzettelijk aanwezig hebben van hennep met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Zutphen heeft op 1 februari 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het meermalig opzettelijk aanwezig hebben van hennep in Winterswijk. De tenlastelegging betrof twee periodes waarin verdachte hennep had geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt en/of aanwezig had in hoeveelheden die de grens van 30 gram overschreden.
De verdediging stelde dat verdachte steeds niet meer dan 30 gram hennep had en dat er dus sprake was van afzonderlijke overtredingen, maar dit verweer werd door de politierechter verworpen. Er werd geoordeeld dat de officier van justitie met voldoende bewijs kon aantonen dat verdachte grotere hoeveelheden hennep in bezit had, waaronder verklaringen van afnemers en proces-verbaal van bevindingen. De suggestie dat niet alle hennep was getest, leidde niet tot twijfel over de aard van het materiaal.
De politierechter sprak verdachte vrij van het bezit van een hoeveelheid van 1160 gram op 3 januari 2007, omdat niet overtuigend kon worden bewezen dat deze hennep aan verdachte toebehoorde, maar wel bewezen werd dat hij meer dan 30 gram hennep bezat. Voor de periode van 6 februari tot en met 27 maart 2007 werd bewezen verklaard dat verdachte telkens meer dan 30 gram hennep aanwezig had.
De politierechter veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werden enkele in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard en andere teruggegeven. De straf werd gemotiveerd door de ernst van de feiten en het financiële motief van verdachte, ondanks het ontbreken van relevante justitiële documentatie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 200 uur werkstraf wegens meermalig opzettelijk aanwezig hebben van hennep.