ECLI:NL:RBZUT:2008:BC5000
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot naleving non-concurrentiebeding na functiewijziging en marktaanpassing
De zaak betreft een kort geding tussen een werkgever en een werknemer over de naleving van een non-concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst. De werknemer had na beëindiging van het dienstverband een functie aanvaard bij een concurrent die handelt in niet-voedingswaren, terwijl de werkgever aanvankelijk alleen in voedingswaren handelde.
De werkgever vorderde een verbod voor de werknemer om bij de concurrent in dienst te treden, met een dwangsom bij overtreding. De werknemer stelde dat het non-concurrentiebeding onredelijk was en dat het beding zonder nieuwe schriftelijke overeenkomst niet meer geldig was omdat het aanzienlijk zwaarder was gaan drukken door de uitbreiding van het assortiment van de werkgever. Tevens vorderde hij een voorschot op schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat het non-concurrentiebeding door de uitbreiding naar niet-voedingswaren inderdaad zwaarder is gaan drukken, waardoor het beding niet integraal tegen de werknemer kan worden gehandhaafd zonder nieuwe schriftelijke vastlegging. Gelet op de positieverbetering van de werknemer, het ondergeschikte belang van de niet-voedingswaren voor de werkgever en de mogelijkheid om te volstaan met een relatiebeding, wees de rechtbank de vordering van de werkgever af. Het voorschot op schadevergoeding werd als onvoldoende spoedeisend beoordeeld en eveneens afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot naleving van het non-concurrentiebeding wordt afgewezen vanwege het aanzienlijk zwaarder gaan drukken van het beding door marktuitbreiding.