ECLI:NL:RBZUT:2008:BC6320
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Krijger
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending vertrouwensbeginsel na acceptatie transactie
De verdachte werd beschuldigd van het vernielen en beschadigen van meerdere geparkeerde auto's door deze te bekladden met verf. Op 16 augustus 2007 ontving de verdachte een transactievoorstel van het Openbaar Ministerie waarin werd aangeboden de vervolging te staken indien hij een werkstraf van 28 uur zou verrichten. Dit voorstel werd door de verdachte aanvaard, waardoor een bindende overeenkomst ontstond.
Later dienden benadeelde partijen aanvullende vorderingen tot schadevergoeding in, waarop het Openbaar Ministerie een nieuw voorstel deed dat naast de werkstraf ook betaling van de schade omvatte. De verdachte ging hier niet op in, waarna de vervolging werd voortgezet.
De rechtbank oordeelt dat de verdachte erop mocht vertrouwen dat na acceptatie van het eerste transactievoorstel geen nieuwe eisen zouden worden gesteld en geen vervolging zou plaatsvinden. De latere vorderingen van benadeelde partijen zijn niet zwaarwichtig genoeg om dit vertrouwen te doorbreken. Het Openbaar Ministerie handelt daardoor in strijd met de beginselen van goede procesorde en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vervolging tegen de verdachte, waarmee de procedure wordt beëindigd.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel na acceptatie van een transactievoorstel.