ECLI:NL:RBZUT:2008:BC6654
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- R.M.A.G. van Valderen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontslag uit justitiële jeugdinrichting ondanks ontbreken instemming minderjarige
De rechtbank Zutphen behandelde een kort geding waarin een minderjarige (geboren 1991) vorderde om ontslagen te worden uit een justitiële jeugdinrichting en in vrijheid gesteld te worden. De minderjarige verbleef sinds mei 2007 in De Sprengen en was onder toezicht gesteld en geplaatst op grond van diverse kinderrechterlijke beschikkingen.
De minderjarige had geen instemming gegeven voor de voortzetting van de gesloten plaatsing sinds 1 januari 2008, wat wettelijk vereist is. Strikte toepassing van de Wet op de jeugdzorg zou dan ook betekenen dat hij niet geplaatst mocht blijven. Echter, uit een persoonlijkheidsonderzoek bleek dat de minderjarige emotioneel gevoelig is met borderline-trekken en zonder behandeling het risico loopt een persoonlijkheidsstoornis te ontwikkelen.
De rechtbank oordeelde dat ontslag uit de gesloten inrichting en terugkeer naar ouders of crisisopvang zonder behandeling geen passend alternatief is. De noodzakelijke behandeling kan alleen in een gesloten setting plaatsvinden. Daarom is strikte toepassing van de wet niet in het belang van de minderjarige zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind. De vordering werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot ontslag uit de justitiële jeugdinrichting wordt afgewezen omdat plaatsing zonder instemming in het belang van de minderjarige is.