ECLI:NL:RBZUT:2008:BC6879
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Varenhorst
- Van Harreveld
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor poging tot doodslag en plaatsing in jeugdinrichting
Op 15 mei 2007 heeft de minderjarige verdachte in de gemeente Ermelo een medebewoonster van de instelling waar zij verbleven, ernstig mishandeld met het opzettelijke doel haar van het leven te beroven. Het letsel was ernstig en omvatte onder meer een scheurtje in de lever, hersenkneuzingen en een klaplong.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet strafbaar was vanwege zijn psychische stoornissen en ontoerekeningsvatbaarheid, en stelde dat het falen van de instelling de oorzaak was van het incident. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was en dat het bewijs, waaronder verklaringen van verdachte en medische rapporten, wettig en overtuigend was.
Deskundigen concludeerden dat verdachte lijdt aan autisme, schizofrenie en een zwakbegaafd intelligentieniveau, en verklaarden hem ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank volgde dit advies en sprak verdachte vrij van strafbaarheid, maar legde een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op voor de duur van twee jaar, gelet op de ernst van het feit en het risico op herhaling.
De rechtbank verwierp het verweer van noodweer en noodweerexces en benadrukte dat het minderjarigenstrafrecht passend is gezien de leeftijd en problematiek van verdachte. De maatregel dient zowel de veiligheid van de maatschappij als de belangen van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is ontoerekeningsvatbaar verklaard en veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor twee jaar wegens poging tot doodslag.