ECLI:NL:RBZUT:2008:BC9479
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Van Harreveld
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vermeende loverboy wegens onvoldoende bewijs uitbuiting prostitutie
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het uitbuiten van een vrouw door haar onder dwang en dreiging tot prostitutie te brengen. De tenlastelegging betrof perioden tussen april 2005 en februari 2006 in diverse Nederlandse gemeenten.
De aangeefster verklaarde dat verdachte haar had gedwongen tot prostitutie om een vermeende schuld af te lossen, met bedreigingen en geweld. Zij hield een dagboek bij en deed meerdere aangiftes na het beëindigen van hun relatie. Diverse getuigen verklaarden, maar hun kennis was uitsluitend gebaseerd op informatie van de aangeefster zelf.
De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden in de verklaringen, zoals het feit dat de aangeefster al vóór de vermeende dwangperiode als prostituee werkte en dat verdachte tijdens een deel van die periode in Turkije verbleef. Er was geen concreet bewijs dat verdachte daadwerkelijk voordeel had getrokken uit de uitbuiting. De relatie tussen verdachte en aangeefster werd als wederzijds affectief beoordeeld.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van uitbuiting en dwang tot prostitutie.